|
Al in 2004, het
jaar waarop m'n vervroegde pensionering ‘angstvallig'
dichtbij kwam, besloot ik, bij gelegenheid van zoveel vrije tijd in
het vooruitzicht, in m'n Versatile naar m'n
dochter en haar gezinnetje in Noorwegen
te fietsen.
Toen ik m'n
voornemen voor de fietstocht naar Noorwegen thuis voorlegde, zei zoonlief
Omar (toen 11 jaar) dat hij dan ook wel mee wilde.
Enigszins verbaasd,
want niemand van m'n kinderen, behalve m'n
dochter, vindt fietsen leuk en na enig overleg,
zijn we daar mee ingestemd. Onder voorwaarde dat hij daarvoor dan wel
moest trainen. Elk weekend een stukje verder en voorlopig nog op een
rechtopfiets.
Het afgelopen
jaar hebben we dat dan ook gedaan. Te beginnen met onbepakte stukjes
in de buurt
en eindigend met volbepakte 100km-stukken met een overnachting op een
camping.
GreenMachine
Velomobielen
liggen niet voor het oprapen,Versatiles al helemaal niet en zeker niet
in zijn maat. Maar omdat de GreenMachine in het geplande reisjaar productieklaar zou zijn, besloten
we om de tocht naar Noorwegen beiden op zo'n ‘naked bike'
te doen.
Op tijd voor
de geplande datum waren ze klaar. Alleen moesten er nog wel dragertjes
gemaakt worden voor de ‘banaantassen'
en een houder onder het frame voor de
tent.
Uiteindelijk
lukte het me de tenthouder ook geschikt te maken om de stoel van de
GreenMachine in te klemmen, zodat we naast de tent in de fietsstoel
konden zitten.
Drager en houder
werden gemonteerd en de bagage ingepakt en opgeladen. De tent paste mooi in de houder
en de vers, bij Tempelman, gekochte banaantassen gleden mooi op hun
geplande plek. De voorste draagband over de zitting van de stoel, de
anderen daarachter op de drager. Ingeklemd tussen stoel, stoelsteun
en ‘versnellingsbak',
werd de slaapzak
ondergebracht. Het diende daarmee als afhouder voor de banaantassen
en als bescherming voor de schakelarm van de Rohloffbak. Tot slot de
toptas van Flevobike met daarop vastgebonden het slaapmatje.
Het geheel vormde
een logische, compacte en elegante eenheid.
In de gaaszakjes
van de banaantassen
werden de kaart en de GSM ondergebracht. In de, onder de stoel bevestigde,
bidonhouders de versgevulde bidons, die vanuit de rijstand goed bereikbaar
bleken.
De klep van de
aangebrachte toptas bleek, losgeritst, makkelijk met slaapmatje en al naar voren geklapt
te kunnen worden. Daarmee ontstond toegang tot de enorme ruimte van
de toptas. Voldoende voor het onderbrengen van handbagage zoals, eten,
drinken, fototoestel, gereedschap, boeken, landkaarten e.d.
De, in de klep
ondergebrachte, binnenzakjes
boden voldoende ruimte voor paspoort, map met de vreemde valuta, portemonnee,
e.d.
De verschillende
bagagedelen bleken in 1 greep van de fiets te kunnen worden afgenomen.
De tent d.m.v. de riempjes die tevens beschadiging van het frame voorkwamen.
Op weg
Gezien de (lig)fietsvakantie-ervaringen
uit het verleden dachten we een snelheid van gemiddeld 100 km per dag
te kunnen aanhouden. In de lage landen wat meer en in het heuvelachtige
Scandinavië wat minder.
De route met
de kortste oversteekjes
We hadden het voornemen om meteen
de eerste dag Nederland uit te fietsen. Dat lukte niet helemaal. Tegen
de avond vonden we, na 120 km zinderende hitte, een camping onder Emmen.
Op camping ‘de Biggenhof'
zetten we ons nieuwe tunneltentje op.
Omdat Omar z'n
onderbenen
had verbrand, kennelijk waren deze nog niet voldoende ‘voorgebakken',
besloten we de volgende dag een kortere afstand af te leggen.
Na een, door
de verbrande benen, wat koortsachtige nacht, een niet voorzien heimweedip,
enkele pep-talks, bij Klazinaveen de grens over. Via het Duitse Haren,
onder de Magneetzweefbaan door, naar Sögel om hierna, al na 80 km,
neer te strijken op de keurige
campingplatz "Hummlinger Land'' in Werlte.
De volgende
dag vroeg op voor een langere rit. Op weg naar het pittoreske Bad Zwischenahn
waar we werden verrast door een ‘ringfietspad'.
Een mooie oude stad. De moeite om nog eens te bezoeken. Boven
Oldenburg
langs, naar de pont van Brake, voor de oversteek van de Weser.
Biertje?
Onder Bremerhaven
door op zoek naar een camping troffen we na 140 km en enig zoeken, ten
oosten daarvan, een camping. Een achenebisj-camping maar met koosjere-sanitaire
voozieningen.
We kregen een plaatsje toegewezen op het trekkersveld dat zo groot was
als een voetbalveld en waar wij als enigen stonden. In de kantine van
de camping gebruikten we wat snacks, voor mij een tapbiertje en voor
Omar........die
toen nog alleen was......een cola. Dankzij de lange dorstige
rit van die dag liet het biertje zich goed smaken. Het nadeel van een
tapbiertje is dat daarin niet staat te lezen hoeveel alcohol daar in
verstopt zit. Dat merk je pas tegen de tijd dat het juist leeg gedronken
glas weer volgeschonken
staat en dit bij het heffen ineens een stuk zwaarder voelt. Ook schijn
je dan ineens een tweeling mee te hebben en geven je zwaar geworden
benen je het dringende advies voorlopig nog maar even te blijven zitten.
En als je eenmaal je sponde hebt gevonden,
houdt niets en niemand je meer tegen om als een blok in slaap te vallen.
De 4e dag bij Glückstadt
de Elbe overgestoken om vervolgens in Itzehoe te verdwalen. We bleken
opeens op een zuidelijk route naar Hamburg te zitten. Snel de weg gevraagd
naar route
77 in noord-oostelijke richting. Onze langeafstandfietservaring zei
nog zo: "fiets nooit via grote
steden want je verdwaald er geheid. Fiets er altijd ruim om heen via
kleinere dorpen."
Het was inmiddels
laat geworden en vonden voor donker geen camping
meer. Daarom op zoek naar een Gasthaus.
Bij het dorpje
Peissen vonden we, bij Boer Claus und Frau Ilze, gastvrijheid. Die avond
geen tentje opzetten, niet bij het tentje een potje koken en niet in
de slaapzak maar even gewoon zitten op een bank, koken
in een keuken, eten aan een tafel en slapen in een bed.
In één
klap Duitsland uit
Nagewuifd, of
was het nou nagewoven, door Claus en Ilze, waren we de volgende ochtend,
al om 8 uur op weg. Het was zondag en dus extreem rustig op de weg.
In een ommezien waren
we in Plön en er doorheen. Op een voet/fietspad troffen we een kudde
kerkgangers. D.m.v. de internationaal bekende methode, het fietsbellen,
verzochten wij doorgang. De eersten wilden nog wel opzij maar toen Omar
er ook nog doorwilde, kon die een klap
voor z'n kop krijgen. Waarom?
We zullen het wel nooit weten maar voor Omar stond het besluit vast:
Zo snel mogelijk Duitsland uit.
Tot Oldenburg
(Holstein) worden ook fietsers nog behoorlijk bewegwijzerd maar dan
ziet het er naar uit dat alleen de auto's
nog worden verwezen naar iets wat op een snelweg lijkt.
Na enig vragen,
zoeken, wijzen en verwijzen bevonden we ons toch op die snelweg waar
we naar iets van fietssuggestiestrook werden verwezen.
Tot bij Putgarden
konden we deze drukke, dus enigszins onrustige, maar snelle ‘fietsroute'
volgen.
Bij de ferry
van Putgarden stond een autofile van maar liefst 2 hete uren. Bij het ‘losse' loket aan de kant kochten
we kaartjes voor de overtocht en konden we direct de boot op. Op de
stadscamping van Rodby Denemarken, in de schemer en ruim 160 km verder,
zetten we ons tunneltje weer op.
Omdat we inmiddels
aardig waren opgeschoten, besloten we
in Denemarken wat rustiger aan te doen en dit niet in 2 maar in 3 dagen
door te fietsen.
Maandagmorgen
de 6e dag pas om 11 uur op
weg voor korte dagrit. Na weer eens de mist te zijn ingestuurd en als
gevolg daarvan, over een afstand van 45 km, 70 km te
hebben gefietst, neergestreken op de kustcamping van het dorpje Ore
bij Vordingborg.
Præstø
koffie
De volgende dag
naar Præstø waar we om 12 uur, bij gezellig restaurantje aan de haven,
een heerlijk kopje koffie nuttigden. Vervolgens naar Køge, vergezeld van een overjarige,
zwaarbebaarde, gemotoriseerde hippie, die ongeveer dezelfde route volgde.
In Denemarken
werden we soms door de plaatselijke fietsroutes van de kust afgeleid
de heuvels in. Nog nooit heb ik m'n fietsschoenen zo vaak
en in zo'n hoog tempo voor mij
zien opdoemen.
Op een massale
caravancamping voor Køge maar met zwembad en internetcafé,
even met thuis gemaild.
den lille
Havfrue
De 8e dag naar Kopenhagen
om daar, volgens goed gebruik, eerst te verdwalen. Wel heel veel fietsers
hier en veel fietsvoorzieningen.
Na een lunch
in het restaurant van het theater van Kopenhagen door naar de kleine zeemeermin,
of zoals de Denen haar noemen:
"den lille Havfrue"
Het was te heet
om Kopenhagen aan een nader onderzoek te onderwerpen. Omdat de rijwind
steeds voor een aangename verkoeling zorgde, besloten we maar verder
te fietsen.
Cannadeese ligsters
Onderweg, langs
de kust richting Helsingør, kwamen we twee enthousiast zwaaiende dames
op LWB ligfietsen tegen. Er op af voor een babbeltje en een foto'tje.
De Cana-da-mes
waren bezig met een rondje Noord-Europa en onderweg van Stockholm naar
Amsterdam.
Na een hartelijk
afscheid vonden we ongeveer 10km van Helsingør,
land-inwaarts, bij het plaatsje Nivö, een camping.
Die ochtend was
ik al om 5 uur wakker. Omdat de muntjeswasmachines op de campings altijd
bezet zijn, op het tijdstip dat wij daar dagelijks arriveerden, besloot
ik de noodzakelijke was nu maar te doen.
Voorzien van
schone kleding, na de dagelijkse douche, weer helemaal schoon op weg
naar Zweden. Al om 11.00 uur voeren we met Scandlines ferry van Helsingør
naar Helsingborg Zweden.
Treinhoppen
Omar bleek steeds
meer tegen de klimmetjes in de route op te
zien en zag het niet meer zitten om, in 4 dagen tijd, ook Zweden nog
door te moeten klimmen. Hij had te veel negatieve klim-ervaringen opgedaan
in Noord-Duitsland en Denemarken. Hij wilde terug naar huis of direct
door naar z'n zus in Noorwegen........maar niet per fiets. We kwamen
tot een compromis. Langs de westkust van Zweden loopt een spoorlijn.
We kwamen overeen dat we elke dag een stuk zouden fietsen en een stuk
met de trein zouden afleggen.
Na de koffiepauze-korte
overtocht in Helsingborg op zoek naar
het spoorwegstation voor de beloofde 1e treinsprong.
We besloten ons
in deze sprong naar Helmstad te laten treinen en noordelijk daarvan
aan de kust een camping te zoeken.
Onderweg meteen
in de toiletruimte van de trein de telefoon opgeladen. Dat deden we normaal tijdens het
douchen in het ‘scheerapparatenstopcontact'
van een toiletgebouw. Zo'n voorziening had de
laatste camping echter niet.
Halmstad bleek
overspoeld door jeugd vanwege een festival. Ook camping Karlstorp was
overbevolkt door luidruchtige
en rotzooimakende jongelui. Caravan aan caravan met in de voortent en
zelfs er buiten complete geluidsinstallaties, die elkaar met de hoogsthaalbare
decibellen leken te bevechten.
Eindelijk
regen en lek
Tegen middernacht
werd het rustig en toen we de
volgende morgen vertrokken, bleek de camping omgetoverd tot een licht
snurkende overnachtingsplaats. Slechts de enorme puinhoop herinnerde
aan een onrustige avond. Zelfs de lucht was grauw maar dat bleek van
een dreigende regenbui te zijn. Voor het eerst sinds
10 dagen hitte een verfrissende regenbui. Ook voor het eerst reden we
bij een naburige supermarkt, lek. De veroorzaker bleek een glasscherf
van een dronken festivalganger?
‘Provinciale'
wegen zijn meestal goed te volgen maar als je er, bij een dorp, even af wilt voor een
sanitaire-, culinaire- of financiële stop, gaat het vaak mis. Maar
Getinge leek een dorp waar dat niet mis kon gaan maar helaas, Getinge
bleek alleen geschikt om er in te verdwalen en geen spoor van uitspanningen
of flappentappers. Na
enig zoeken zaten we weer op de provinciale weg naar Falkenberg om,
enkele uren later, op het perron van dit pittoreske stadje neer te strijken.
Toen de trein
al reed, kwam de conducteur ons vertellen dat we eigenlijk niet mee
konden. We hadden onze komst
minstens 2 dagen van te voren moeten aankondigen. Maar hij streek de
hand over z'n hart en mochten toch
mee. Omdat we op onze GreenMachines moesten passen en geen gebruik konden
maken van een zitplaats, hoefden we alleen maar voor een staanplaats
te betalen.........
Hotelletje
met
Een uurtje later
stonden we in Göteborg, tenminste dat dachten we. We stonden in een
voorstad daarvan en zouden naar het centrum.
Om de last voor
Omar verder te verlichten bood ik hem een hotelovernachting aan. Op
zoek naar zo'n gelegenheid troffen
we, in het centrum, om de hoek van het beroemde stadion en pretpark
van Göteborg, een knus hotel. In de ‘bakhage' konden we onze GreenMachines kwijt, in het hotelkamertje
ons douchen en in het stopcontact de telefoon opladen.
Omar stelde voor
om bij het hamburgerrestaurant aan de overkant eten. Gelukkig had de
kok ook iets voor vegetariërs.
Na het ontbijt
van 08.30 uur weer uitgerust de stad
uit, althans dat was de bedoeling. Ook hier geen bewegwijzering voor
fietsers. In ieder geval niet naar de volgende plaats. De drukke autosnelweg
leek ons geen optie en kozen voor een route langs de spoorlijn. Na wat
heen en weer gezoek en gevraag, toch
gevonden maar bleek na enkele kilometers dood te lopen. Aan de andere
kant van het spoor liep, getuige de verschillende fietsers daar, wel
een befietsbare weg. Terug dus om die weg te vinden. Een half uur later
waren we aan die andere kant en konden we eindelijk
aan de stad ontsnappen.
Horzels
De afdalingen
vond zoonlief nog wel leuk maar de klimmetjes steeds minder.
Via de provinciale
weg naar Kungälv, een stukje naar het westen en dan weer naar het noorden.
Klimmen met 5 km/h dan weer dalen met 50 km/h, dan weer klimmen met
3 en weer dalen met 55.
Het was ook weer warm geworden.
Bij elke klim verzamelden zich horzels om ons heen. Hoe steiler de klim
hoe meer horzels, die we pas bij het naar beneden gaan kwijt wisten
te dalen.
Voor Stenungsund,
met zicht op de brug over de Hake Fjord, waar we de volgende dag overheen zouden
fietsen, troffen we een mooie rustige camping. Daar kregen we
van m'n dochter een SMSje met
de vraag of het nog ging. Omar rook het einde van z'n fietstocht en gooide
z'n kont tegen de krib.
Hij wilde niet meer verder. Eigenlijk wel begrijpelijk
voor een jongen van 13 met meer dan 1000 km fietsen achter de rug.
Hem toegezegd
dat morgen de laatste rit zou zijn en dat we ons bij de grens met Noorwegen,
door z'n zus, zwager en nichtje
zouden laten ophalen. Ze gingen daar toch boodschappen
doen en konden dit op die manier combineren.
Met nog maar
2 campingovernachtingen en 1 fietstocht in het vooruitzicht viel Omar
al vlot in slaap. Ook ik.....maar met gemengde gevoelens.
Van de weg
getoucheerd
De volgende dag
reden we om 10 uur al over de
lonkende brug, om vervolgens weer van de, juist gevonden provinciale
weg, afgestuurd te worden vanwege een voor fietsers verboden tunnel.
Waarom fietsers hier niet door tunnels mogen is mij een raadsel. Omrijden
dus om ons vervolgens met veel genoegen met
60 km/h een dal in te laten vallen en dan helaas met 3 km/h er weer
uit naar weer een brug.
Dan weer omrijden
om vervolgens de provinciale weg weer op te pikken.
Wel druk maar
ook sneller. Onderweg wordt Omar door een Volvo de greppel in gereden.
De auto had hem bij het passeren getoucheerd waardoor hij
uit balans raakte. De schrik had zich van z'n spieren meester gemaakt
en de snelheid was er nu helemaal uit.
Om 15 uur arriveerden
we in Munkedal en konden we op het perron in alle rust de trein, die
ons naar Strömstad zou brengen, afwachten.
In Strömstad,
een toeristisch stadje bij de Noorse grens, onder grote belangstelling
van de aanwezige stedelingen en toeristen
neergestreken bij de plaatselijke pizzeria. Enkele belangstellenden
verklaarden zelfs nog nooit een ligfiets te hebben gezien! Tussen de
pizzahappen door uitleg gegeven over ligfietsen in het algemeen en de
GreenMachine in het bijzonder. Daarna doorgefietst
naar een camping voorbij Strömstad en onze positie doorge-SMS't.
De volgende dag
werden we opgehaald door schoonzoon en zat onze fietstocht er op.
Van hjemme
naar huis
Na een weekje
schoonzoon helpen in hun nieuwe onderkomen, de GreenMachine's
gedemonteerd,
ingepakt en met het vliegtuig terug naar Nederland. Al na een kleine
2 uur waren we weer terug in Nederland. Wat een contrast.
Met de 2, op
menselijke rompjes gelijkende, pakketjes bij de Douane langs waar een
handenwrijvende douanier in de veronderstelling
stond te verkeren de vangst van z'n leven te hebben. Gretig
stond hij klaar om zich, voor een nader onderzoek, op de illustere pakketjes
te storten. Totdat hij van ons de uitleg kreeg over de werkelijke inhoud.
Je zag het ballonnetje boven z'n
hoofd knappen: "Oh.......ligfietsen",
was de teleurgestelde reactie van de douanier.
Het thuisfront.
Op de kar de
2 op menselijke rompjes gelijkende pakketjes
Achter de ramen,
die de aankomsthal van de publieke ruimte scheiden, stonden de lachende
gezichten van Mirjam en Olaf ons te onthalen.
Thuisgekomen
tijd voor de andere anekdotes.
|