|
There are no translations available
Nadat ik al enige tijd met het het idee had rondgelopen om eens een
meerdaagse tocht met de GreenMachine te maken is de keus dan toch gevallen op de
Zuiderzeeroute, een tocht van ongeveer 400 km plus de afstand van Dronten naar
Kampen, waar ik de route wil starten.
Met het oog op mogelijk langere tochten in de toekomst
heb ik besloten om de tocht op enigszins “spartaanse” wijze te volbrengen,
d.w.z. kamperen in een zeer klein tentje (veredelde bivakzak) en alles wat ik nodig heb (voor drie
dagen) meenemen. Zodoende begin oktober op een vroege zondagochtend met een toch
wel akelig zware aanhanger richting Kampen vertrokken om hier de route op te
pakken richting Elburg. Het is nog koud en nevelig, maar dit levert wel mooie
plaatjes op!
Nevel
in de ochtend
Na enig gezoek naar de route (het wordt ook nog steeds mistiger) verloopt
de route verder voorspoedig, alleen van het Drontermeer zie ik weinig.
De mist is inmiddels opgetrokken als ik Elburg binnenfiets en midden
tussen de kerkgangers verzeild raak. Ik heb de indruk dat ze niet allemaal even
enthousiast zijn over het niet naleven van de zondagsrust en ik moet toegeven
dat waar ik mee bezig ben op werk begint te lijken…
Na een hoop gedwaal (bordjes zijn blijkbaar verdwenen of goed verstopt)
maar besloten om mijn eigen weg te zoeken en naar Harderwijk te fietsen, ik kom
tenslotte vaak genoeg in deze omgeving. Na een vroege lunch (brood, droge worst,
chocomel) op een bankje aan het veluwemeer de tocht vervolgd richting
Spakenburg. Op dit deel de bandjes van de aanhanger wat harder opgepompt; dit
helpt iets, maar zo’n aanhanger fietst toch zwaarder dan ik dacht.
Op
weg naar Spakenburg
De tocht langs het randmeer bewijst hier overigens dat het ook in
Nederland erg mooi kan zijn, getuige ook het grote aantal fietsers dat ik hier
tegenkom.
Na aankomst in Spakenburg is het tijd voor een late lunch (zelfde recept
plus een appel).
Lunchplek in Spakenburg
Ook in Spakenburg verdwaal ik overigens weer hopeloos, maar na door
Bunschoten gereden te zijn (dat aan Spakenburg vastzit) en de (auto)-kaart te
hebben geraadpleegd staan daar ineens weer de route-bordjes. Blijkbaar was ik
helemaal niet verkeerd gereden, maar kun je daar gewoon niet langs het water. Na
de Eem te zijn overgestoken gaat de route naar het Eemmeer en voert de route via
Huizen en Naarden (mooie vestingstad) langs het Gooimeer naar Amsterdam. Dit
(Amsterdam) is niet het mooiste stuk, maar gelukkig goed aangegeven en ik ben
dit stadse stuk snel door. De bruggen zijn overigens pittig met een zware
aanhanger.
Via Durgerdam en Monnickendam volgt nu een mooie route langs het
IJmeer/Markermeer naar Volendam.
In de buurt van Volendam begint het echter wel tijd te worden om een
camping te vinden (Marken moet ik een andere keer maar eens bekijken). Voor ik
het weet zit ik echter al midden in Volendam, terwijl de zon toch al lager staat
dan me lief is. Na een tocht over de boulevard met terrassen vol verbaasd
kijkende mensen (een ligfiets met aanhanger zien ze blijkbaar niet dagelijks)
ben ik eigenlijk wel blij dat ik de stad door ben, zeker omdat de aangename
temperatuur snel begint te dalen en het al schemerig wordt. De camping bij de
jachthaven waar ik had gehoopt te kunnen overnachten blijkt niet meer open te
zijn in oktober, maar gelukkig krijg ik hier wel de tip dat er twee boerderijen
verderop nog een boerencamping is. De reactie van de persoon die ik hier op het
erf aantref: “Zoek maar een plekje en dan bel je maar aan”.Daar heb je tenminste wat aan.
Een plaatsje is snel gevonden, wat niet zo vreemd is als je de enige
bent, en net voor donker is alles gereed voor overnachting. Na een overvloedige
maaltijd ( ik heb inmiddels ook de honing,sinaasappelsap en de borrelnoten
gevonden) en nog een uurtje lezen m.b.v. een zaklantaarn eisen 174 km fietsen
met aanhanger hun tol en val ik in slaap.
Ik word niet echt prettig wakker de volgende morgen. Het matrasje is toch
wel erg dun en het is koud (5 graden in de tent), bovendien heb ik ook nog
koppijn. Een blik naar buiten laat zien dat het nog mistig is ook. De hele
handel dus maar snel in de aanhanger gegooid met tussendoor een “ontbijt” om zo
snel mogelijk te gaan fietsen; daar word je tenminste weer warm van.
Dat valt dus tegen: De plek die er ’s avonds zo goed uit zag blijkt nu
uit natte klei te bestaan en daar heb ik dus met mijn fietsschoenen door heen
lopen banjeren. Gevolg is dat die met geen mogelijkheid meer willen vastklikken
aan de pedalen en er eerst een mengsel van gras en blubber uitgepeuterd moet
worden. Geloof me: Dit is heel slecht voor je humeur…
Mist
en blubber…
Eenmaal onderweg lijkt het allemaal veel zwaarder te gaan dan de vorige
dag. Zelfs met een versnelling lager dan gisteren gaat het nog voor geen meter.
De banden zijn echter nog hard en er loopt ook niets aan. Het zal dus wel aan
mijn huidige conditie liggen (er is ook geen tegenwind) ; in het vervolg
misschien de eerste dag wat rustiger en wat minder ver fietsen als je zo zwaar
beladen bent.
Al met al kom ik via eindeloos lijkende dijkjes en weilanden via Hoorn in
de buurt van Enkhuizen. Ik ben me tijdens deze rit steeds belabberder gaan
voelen en bovendien begint het nu nog te miezeren ook. De verleiding wordt nu
wel groot om binnendoor via de dijk naar Lelystad te fietsen (ja, ja;
zwak,zwak,zwak) en ik besluit min of meer om dit maar te doen en later nog eens
een wat beter voorbereide tocht te ondernemen.
Dit gaat dus niet door. Bij de afslag naar de dijk staat een prachtig,
niet te missen, geel bord: Wegens onderhoudswerkzaamheden is het fietspad
richting Lelystad afgesloten…
Eigenlijk wist ik dat ook wel, maar dacht dat dat al lang klaar
was.
Er zit nu dus niets anders op dan de route maar weer op te pakken en door
te fietsen. Na eerst wat eten (inderdaad: brood, droge worst en honing, maar ook
een banaan) in de miezerregen Enkhuizen ingefietst waar de route verbazend goed
is aangegeven. Het is een leuk stadje en het stopt nog met regenen ook. Ik begin
me ook wat beter te voelen en begin er weer wat plezier in te krijgen, misschien
maar goed dat de dijk dicht zat. De rit naar Medemblik gaat voorspoedig, maar
hierna raak ik het spoor weer enigszins kwijt. Met behulp van de autokaart weet
ik de route richting afsluitdijk te vinden en via een “prachtige” route (langs
de snelweg)
komt uiteindelijk Den Oever in zicht. Hier lunch en het begin van de
afsluitdijk. En ja hoor, wat ik al vreesde: Tegenwind. Niet zo sterk
gelukkig,maar genoeg om nog een versnelling terug te moeten en dat is
uitgerekend de niet al te stille zevende versnelling (5 en 7 van de Rohloff-naaf
zijn bij mij redelijk luidruchtig, maar dat is dan ook het enige minpuntje aan
deze geweldige naaf). Met een miezerige 16 km/uur is zo’n dijk toch
verbijsterend lang, maar toch kom ik halverwege de middag aan bij het Friese
eind van de dijk.
Afsluitdijk
De route gaat nu zuidwaarts langs dijken door landerijen met hier en daar
de kenmerkende Friese boerderijen van de vroegere rijke herenboeren.Via Makkum
gaat het langs Workum en besluit ik nu wat eerder dan gisteren op zoek te gaan
naar een camping.
En zoals verwacht: Als je te laat gaat zoeken vind je geen camping, als
je op tijd begint fiets je er binnen 5 minuten langs. En nog een mooie ook,
althans het gras is hier niet onderbroken door blubberpoelen. Nadat ik de tent
deze keer in alle rust heb opgezet, zie ik dat ik vandaag toch ook nog ongeveer
150 km heb afgelegd. Valt niet tegen.
Na een tamelijk goede nachtrust toch weer vroeg op weg gegaan (geen mist
deze keer). Ik hoef vandaag maar ongeveer 120 km, maar wil niet al te laat thuis
zijn vanwege een afspraak ’s avonds. Zodoende nader ik Hindeloopen al in het
vroege ochtendlicht en dat is toch weer een mooi plaatje.
Hindeloopen in de vroege
ochtend
Even verderop volgt dan Stavoren en gaat de route een stuk langs het
IJsselmeer, en vervolgens door het bos van Gaasterland. Hier moet zelfs nog een
aantal keren serieus geklommen worden, maar dit is weer eens wat anders dan al
die dijken. Volgende halte is dan Lemmer, een leuk plaatsje waar ik al vaak
geweest ben aangezien mijn ouders hier vandaan komen. Hier koffiepauze (zonder
koffie, maar met een pakje choco).
Lemmer
Vanaf hier zou ik de binnendoorroute door de polder kunnen nemen, maar
vanwege tijd genoeg toch maar de zuiderzeeroute gevolgd. Het volgende deel is
niet het meest mooie van de route, maar als via Ossenzijl de route de Weerribben
induikt, wordt dit meer dan goedgemaakt. Een prachtig pad door het bos met vele
watertjes en voor je het weet rij je door Kalenberg. Dit is overigens wel weer
een verhaal apart. Het lijkt wel of ieder huis hier zijn eigen kanaaltje heeft,
waar dan een verschrikkelijk steil en smal bruggetje overheen gaat. Op een
ligfiets met aanhanger redelijk spannende hindernissen: Kwestie van flink gang
maken en hopen dat je het haalt (en dat niet iemand vanaf de andere kant
hetzelfde doet…).
Na dit enerverende deel gaat het via Blokzijl (schijnt een mooi plaatsje
te zijn, maar op de een of andere
manier ben ik het finaal voorbij gereden) naar Vollenhove. Hier in verband met
de tijd besloten om Genemuiden maar links te laten liggen en via de snelle, maar
ongetwijfeld minder mooie route door de polder en over de Ramspolbrug naar
Kampen te fietsen.
En weer in
Kampen
Dan nog het laatste stuk weer naar Dronten en om half vijf is de missie
dan toch volbracht.
In totaal heb ik 440 km afgelegd en 25 uur gefietst. Dat is gemiddeld dus
17.6 km/uur, wat nog niet eens zo slecht is gezien de tegenwind en het
doorkruisen van allerlei stadjes. Om
meer plezier aan deze tocht te beleven is het echter wel aan te raden om er wat
meer tijd voor uit te trekken.
De GreenMachine heeft zich ook tijdens het meesleuren van een zware
aanhanger in ieder geval weer goed gehouden. Dit geldt ook voor de aanhanger
zelf.
Al met al een geslaagde onderneming dus. Ik begin er nu
over te denken om eens via de Rijn richting Zwitserland te fietsen, dat schijnt
een mooie route te zijn.
Met
vriendelijke groet,
Gerrit
Hoff
|